Voeding als medicijn? Artikel in Psychosociale oncologie

‘Het horen van mijn hart vervult me met dankbaarheid en respect. Het houdt me gaande, deze krachtige motor. De echoscopiste vraagt me diep in te ademen zodat ze betere plaatsjes kan maken. Ik lig ontspannen op de onderzoekstafel. Sterker nog, voor het eerst keek ik uit naar deze afspraak. Nog maar een jaar geleden was dat heel anders…’

Myrthe was twintig toen ze voor de eerste keer te horen kreeg dat ze kanker had: lymfeklierkanker. Terwijl haar studiegenoten afstudeerden, ging Myrthe dagelijks naar de radiotherapie. Ze werd beter, studeerde alsnog af en ging door met leven. Totdat de lymfeklierkanker, zes jaar later, terug bleek te zijn. Er volgenden chemokuren. Om de algehele malaise te bestrijden kreeg ze het advies om direct na de kuur moorkoppen, sauzijnenbroodjes of friet te eten. Vet zou de misselijkheid tegen gaan. Ze volgde het advies, maar knapte er niet echt van op. Gelukkig deed de chemo zijn werk: de kanker verdween.

Alle ballen hoog

Opnieuw pakte Myrthe haar leven weer op. Ze wilde niet anders dan anderen zijn. Dus werkte ze hard, maakte carrière als leidinggevende en runde een gezin. Ze hield alle ballen hoog, al was het een wankel evenwicht. De effecten van de behandelingen werden steeds duidelijker: Myrthe kreeg huidklachten, hartklachten, longproblemen en had last van vermoeidheid. De rek werd langzaam minder en minder. Elke drie maanden vond de dermatoloog wel weer ergens een ‘huidkankertje’. De longarts schreef regelmatig een extra pufje voor en de cardioloog vertelde haar dat ze rekening moest houden met een verergering van haar hartproblemen.

Het roer om

Toen in 2013 tijdens een controle een voorstadium van borstkanker werd geconstateerd, knapte er iets bij Myrthe. Het roer moest om. Ze begon zich te verdiepen in de onderwerpen gezondheid en geluk. Myrthe deelde haar hersenspinsels op haar blog en in magazines en begon recepten te ontwikkelen. Steeds meer kwam ze bij de basis: beweging, mindset en voeding. Die voeding moet puur zijn, onbewerkt, eerlijk, gevarieerd en het liefst biologisch. In de 24 jaar waarin het ziekenhuis soms haar thuis was, heeft niemand Myrthe geadviseerd op het gebied van voeding-afgezien van die moorkoppen, sauzijnenbroodjes en friet na een chemokuur. Haar zeven medisch specialisten kan Myrthe het niet kwalijk nemen, zij hebben medicijnen gestudeerd en geen voeding. Daarom is ze dat zelf gaan doen. Ze gelooft in de kracht van goed eten, net als de grondlegger van de westerse geneeskunde, Hippocrates. Hij zei al: ‘Let food be thy medicine and let medicine be thy food.

Meer preventie in plaats van symptoombestrijding

Myrthe’s ervaringen en verworven kennis leiden tot mooie resultaten en gesprekken. een oncoloog die vertelt dat hij dagelijks ellende ziet van mantelveldbestraling, maar dat wanneer hij Myrthe ziet, hij zich bijna niet kan voorstellen dat zij dezelfde behandelingen heeft ondergaan. En de cardioloog die haar vertelde dat de pompfunctie van haar hart en de lekkende linker hartklep hersteld zijn. De prognose dat het alleen maar slechter zou worden, blijkt achterhaald. Myrthe’s gezondheid en algehele welbevinden zijn namelijk enorm verbeterd sinds ze haar voedingspatroon aanpaste.

Inmiddels merkt Myrthe dat het aanpassen van het voedingspatroon niet alleen voor haar zelf werkt, maar ook voor de mensen die ze adviseert. de huisarts van een van haar clienten is enthousiast en geeft tegelijkertijd toe dat ze niets van voeding weet. Myrthe zou willen dat de overheid en gezondheidszorg zich meer zouden richten op preventie in plaats van symptoombestrijding. Myrthe’s nieuwe lijfspreuk is dat de beste dokter in de keuken staat.
Daar is zij het levende bewijs van.

Dit artikel is verschenen in Psychosociale Oncologie nummer 3, 2018 (een uitgave van de NVPO) onder redactie van Ilonka Behr.

Foto: Yfke Metz

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *